IJselijk kreet
Midden in de nacht werd ik gewekt door een ijselijke kreet. Zonder me te bedenken sprong ik uit bed om naar het voorhuis te sprinten waar onze B&B kamers in gevestigd zijn.
24 September 2026
Midden in de nacht werd ik gewekt door een ijselijke kreet. Zonder me te bedenken sprong ik uit bed om naar het voorhuis te sprinten waar onze B&B kamers in gevestigd zijn. Het licht op de gang brandde al en uit welke kamer de kreet had geklonken was ook wel duidelijk, want die gasten stonden in hun nachtgoed buiten.
‘Oh mijn God,’ hoorde ik. ‘Dat beest was ziek groot en vloog als een bezetene door onze kamer.’ Ik hoefde niet te raden was dit was geweest. Want de natuur laat zich uiteindelijk niet temmen en heeft zo zijn eigen wetten.
Ik zette de ramen in hun slaapkamer wagenwijd open en deed het licht uit en de deur naar de gang dicht -de beste manier om de vleermuis te bewegen de kamer te verlaten. Mijn gasten bood ik een kopje thee tegen de schrik aan. ‘Wat was dat nou?’ vroeg de ene vrouw. ‘Een vleermuis denk ik,’ antwoordde haar vriendin.
Ik had één keer eerder een vleermuis in huis gehad maar die had gelukkig mijn eigen slaapkamer gekozen om in winterslaap te gaan. Toen ik zeker wist dat de kamer vleermuisvrij was liep het al tegen de ochtend. Ik bood mijn gasten een nachtje extra aan ter compensatie. Ze wilden niet ondankbaar zijn, maar ze dachten dat ze gingen toch liever naar huis.
‘We zijn dol op het buitenleven, maar zó buiten is voor ons stadsmensen best wel heftig.’’